Het is goed om te weten dat de klepel van de luidklok, die al sinds maart 1948 haar klanken over Den Hoorn uitstrooit,
nog stamt van de allereerste klok, die in onze kerk hing vanaf 1917, het jaar waarin de parochiekerk van Sint Antonius
en Sint Cornelius in gebruik werd genomen. Helaas hebben wij geen gegevens meer over de eerste klok maar al ruim 90 jaar
gluurt dezelfde klepel over ons dorp en hij heeft 8 pastoors zien komen en 7 pastoors zien gaan.
In 1917 was Den Hoorn nog maar een klein dorp en de tuinbouw was net in opkomst. Vanuit haar hoge plaats in de toren
keek zij neer op een steeds groeiend glazen oppervlak.
Die eerste klok zag hoe in het begin van de twintiger jaren aan de voet van de toren het veilingcomplex werd gebouwd.
Zij begeleidde de inwoners door de jaren van voorspoed en door de crisisperiode in de dertiger jaren.
Vanuit haar hoge plaats zag zij op 10 mei 1940 de dreigend laag overkomende vliegtuigen van de niets en niemand ontziende overvallers
en zij zag de onheilspellende rookwolken van het brandende Rotterdam op de fatale dag van 14 mei 1940.
Deze klok zou geen langer leven beschoren zijn: de Duitse bezetter vorderde in 1942 alle klokken in Nederland op
om tot oorlogsmateriaal versmolten te worden. Ook de 300 kg. zware klok van Den Hoorn viel aan de vijand ten prooi
en zij werd op 17 december 1942 meedogenloos uit de toren getakeld en verdween in de smeltovens.
Alléén de klepel mocht behouden worden omdat deze niet van brons was.
Twee jaar na de bevrijding van ons land besloot het toenmalige kerkbestuur dat er een nieuwe klok moest komen ter vervanging
van de geroofde en dat zij moest worden gecompleteerd met een kleiner zusje, een zogenaamde Angelus-klok.
Het is mei 1947 geweest, dat contact werd opgenomen met de eerder genoemde fabrikant, Petit & Fritsen,
en die maakt een uitgebreide offerte op 22 mei 1947.
Voor een grote klok van circa 600 kg bedong men een levertijd van circa anderhalf jaar wegens de overstelpende drukt.
De Angelus-klok was met enkele maanden leverbaar.
Wanneer wij ons realiseren dat in Nederland in de periode 1940 - 1945 practisch kerkklokken over de oostergrens waren verdwenen,
kunnen wij ons inderdaad voorstellen dat de Nederlandse klokkengieters gouden tijden beleefden toen ons land zich inspande
voor de wederopbouw, niet alleen van steden en dorpen, huizen en fabrieken, maar ook om verloren gegane dierbare klokken
in hun vroegere welluidende glorie te vervangen.
|