Heiligdomsvaart St. Cornelius ( zie tevens plattegrond met route(38) )
Delft en het nabije Westland kunnen bogen op een lange reeks kerkelijke tradities.
In het bijzonder wil dit artikel hier nu ingaan op de betrekkelijk vele rijke kerkactiviteiten
die ook buiten het kerkgebouw als ceremonie de aandacht trokken en soms als zodanig ook nu nog wel willen trekken.
Het was de wereld waarin bedevaarten, processies, ommegangen en heiligdomsvaarten hun plaats hadden
en in een aantal gevallen dus weer hebben ! (1) (2) (3) (4)
Zo bezat Delft zelf, zeker al sedert 1327, in de 'Oude Kerk' een Mariabeeld, de 'Maria van Jesse' genaamd,
een doelwit voor gebed of smeken om uitkomst. In het genoemde jaar vond daar namelijk een wonderbare genezing plaats.
Een vrouw uit Den Haag, Machteld genaamd die al sedert jaren blind was, kreeg in dat jaar tijdens een visioen opdracht
naar Delft te gaan om aldaar bij het beeld van Maria van Jesse te bidden voor haar genezing.
Naar Delft vertrokken woonde zij daar de H. Mis bij. Op het hoogtepunt van deze viering, de consecratie,
herkreeg deze Machteld plotseling weer het gezicht, zij kon weer zien! Deze gebeurtenis vormde voor de toen aanwezigen
aanleiding tot het formeren van een spontane dankprocessie, een 'ommegang'.
In dit geval wil dat zeggen een processie waarin het beeld van Maria van Jesse wordt meegedragen.
Dit feit vond in boven genoemd jaar plaats op zondag 14 juni na de feestdag van St. Odulphus (12 juni).
Sindsdien trok een dergelijke ommegang gedurende ruim twee eeuwen jaarlijks door de stad.
Dit groeide uit tot een groots gebeuren toen ook de Nieuwe Kerk en vele Delftse Gilden zich bij de processie aansloten.
Bovendien vond dan rond die dag ook de Delftse jaarmarkt met een kermis plaats.
De Reformatie maakte daar, althans gedeeltelijk, een eind aan.
Het beeld van Maria van Jesse heeft tot de Reformatie in de oude St. Hippolytuskerk gestaan.
Deze kerk had tot 1396 als patroon St. Bartholomeus en staat bekend als de 'Oude Kerk van Delft'.
Het Mariabeeld ging tijdens de Reformatie verloren. (5) (6)
 |
In 1929 werd de 'Ommegang van Maria van Jesse', na meer dan driehonderd jaar kerken in de Papenhoek,
echter toch weer voorzichtig in ere hersteld. Een initiatief van de Delftse studentenvereniging 'Sanctus Virgilius',
zij het dan aanzienlijk minder spectaculair dan eertijds. Het was nu namelijk een 'Stille voettocht'.
Een vervanging van het verloren gegane beeld van 'Maria van Jesse' kon in 1939 worden gerealiseerd.
Pastoor Vrijmoed van de Jozefkerk aan de Burgwal werd toen geattendeerd op een middeleeuws Mariabeeld
bij een Haagse antiekhandelaar dat veel gelijkenis zou hebben met haar middeleeuwse beeltenis in de 'Oude Kerk'.
Dit beeld heeft dan na aankoop een plaats gekregen in de voormalige Jozefkerk aan de Burgwal.
De laatstgenoemde kerk staat, na het opheffen en samenvoegen (1971) met de voormalige r.k. St. Hippolytusparochie,
nu te boek als de 'Maria van Jessekerk', waarin Maria van Jesse sinds 1942 een eigen kapel heeft.
(7) (8) (9) |
In het Westland genoot Maria, eveneens al sedert heel lang, nog op een tweetal andere plaatsen
bijzondere aandacht door haar beeltenis. Zo liet Mathilde van Brabant, de vrouw van graaf Floris IV,
te 's-Gravenzande in 1238 een kerk bouwen toegewijd aan de Heilige Elisabeth van Thüringen.
Kort voor haar dood had de gravin de 's-Gravenzandse parochie een Madonnabeeld geschonken
dat oorspronkelijk een eigendom was van de toen al Zalig verklaarde Elisabeth.
Met en door dit Mariabeeld groeide ook 's-Gravenzande uit tot een bedevaartsoord met aanzienlijke faam.
Het trok van heinde en verre bedevaartgangers aan. Rond 1587 moest er evenwel ook in 's-Gravenzande
toen een einde komen aan deze traditie als gevolg van de Reformatie. (10)
Beduidend minder aanzienlijk mag hier dan nog even worden genoemd de kapel te Den Hoorn,
de 'Onser Lievervrouwencapelle op Dijcxhoorn', de 'sacellum up Dycxhoeren'.
Deze kapel bezat in 1462 een Marianum, bekend als 'Maria in de Sonne'.
In de Reformatietijd werd de kapel om strategische redenen verwoest, maar momenteel beschikt de huidige Hoornse parochiekerk
sedert 1983 weer over een kapel en waarin een zwevende Madonna is geplaatst in een gouden stralenkrans,
een plaquette uitgevoerd in glas. Onder andere op haar kerkelijke feestdag, 'Maria Geboorte' (8 September),
kreeg Zij in de Middeleeuwen plaatselijk altijd extra aandacht en wel op de 2e zondag van September.
(11) (12) (13) (14) (15) (51)
|  |
Naast bovengenoemde beide oude Maria-devoties kenden Delft en het Westland voor de Reformatie
ook nog een tweetal andere doelen voor het ondernemen van een bedevaart.
Allereerst betrof dat St. Joris. Als martelaar gestorven in het jaar 303 is hij feitelijk het meest bekend geworden
door de legenden rondom zijn leven. Daarin zou hij onder andere het leven van een prinses hebben gered
met het temmen of doden van een draak. Zijn houten, wonderlijke beeltenis, een ridder te paard met een zilveren harnas,
stond aanvankelijk in een kloosterkapel nabij De Lier, maar werd vandaar later overgebracht naar de parochiekerk
van De Lier waar een St. Jorisgilde was opgericht. Dit gilde organiseerde jaarlijks op 23 april,
de feestdag van St. Joris, een processie waarin relieken |
werden meegedragen, een heiligdomsvaart naar Delft.
In die processie werd het Jorisbeeld door het gilde dan meegedragen. Deze tocht voerde via Oostbuurt,
Lierhand, 't Woudt, langs de Hoornse Mariakapel naar Delft, dat men introk door de Waterslootsepoort
(ook wel Maaslandse of St. Jorispoort genaamd). Die processie werd ter plaatse ontvangen onder het gelui
van alle Delftse kerkklokken en trok dan rond de Binnenwatersloot. Na deze 'ommegang' keerde de processie,
nog altijd begeleid door het klokgelui, vervolgens via dezelfde route terug op weg naar De Lier.
Vele Delftenaren sloten zich bij deze feestelijke pelgrimsstoet aan. (16) (17) (18)
|  |
Het tweede Westlandse pelgrimagedoel naast de Maria vereringen betrof St. Cornelius.
Hij was rond het jaar 250 bisschop van Rome, een titel die later met 'paus' werd omschreven.
Cornelius werd daar in het jaar 253 als martelaar op last van keizer Gallus om het leven gebracht.
Hij verwierf al opmerkelijk vroeg in het Westland een zekere faam, met name in het huidige Honselersdijk.
Hij zal ongetwijfeld debet zijn aan het grote aantal van hem afgeleide persoonsnamen die men in het Westland aantreft,
maar verder toch bovendien in heel West- en Midden Europa. Noemen we voor hier slechts namen als |
Cor, Cornelissen, Nelis, Kees, enzovoorts. Zelfs onder de vrouwennamen
is hij geen onbekende met namen als Corrie en Nellie.
Stammend uit een zeer voornaam Romeins patriciërsgeslacht ontmoet men de familienaam Cornelius in de geschiedenisboeken.
Ook het Nieuwe Testament maakt gewag van een Romeinse Honderdman, Cornelius, die door Petrus werd gedoopt (vgl Hnd 10).
Het latijnse woord 'cornu' staat in het Nederlands voor hoorn, een buffelhoorn.
Hoewel een dergelijke hoorn in die zeer vroege tijden toch al een veel gebruikt attribuut was,
is het zeker opmerkelijk dat de beeltenissen van St. Cornelius vrijwel altijd steeds met een hoorn
in zijn hand worden afgebeeld. Overigens gaat Plutarchus, schrijver van biografiën (1e eeuw n.Chr.),
er bij zijn beschrijving van het geslacht Cornelius van uit, dat die Oud-Romeinse familienaam `hoorndrager’ zou betekenen.
Dat is - zonder wetenschappelijk bewijs - zo doorgegeven. (10) (19)
(20) (21) (22)
|  |
 |
Een zeer vroege Utrechtse oorkonde uit 895 maakte al melding van de stichting van een parochiekerk te Honselersdijk
met als patronen St. Hubertus en St. Cornelius. Deze parochie werd later, in 1215, gesplitst in een parochie Wateringen
en een parochie Naaldwijk, terwijl tegelijkertijd de parochiekerk te Honselersdijk nu nog slechts als kapel dienst bleef doen.
|
Dit overigens wel met behoud van de oorspronkelijke patroonheiligen, nu dan de 'sacellum sancti Cornelii'.
Naast St. Cornelius als patroon te Honselersdijk bezat en bezit ons land nog altijd talloze kerken en kapellen
aan hem toegewijd. Zijn voorspraak werd, zeker ook te Honselersdijk, veelvuldig door bedevaartgangers aangeroepen
als hulp tegen de talloze toen voorkomende kwalen.
Toen voorkomende kwalen betroffen onder meer kinkhoest, epilepsie, St. Vitusdans
(een op latere leeftijd bij kinderen optredende zenuwziekte) en ook het 'Corneliuseuvel' (een geestelijke afwijking).
Momenteel geniet Cornelius evenwel vooral nog bekendheid als de beschermer van het gehoornde vee.
(23) (24)
De kapel te Honselersdijk werd in 1384 nog wel vermeld vanwege de grote devotie, maar dat was toch tevens
in de periode dat juist even buiten de stadsmuur van Delft, aan de Waterslootsepoort,
de stichting werd vermeld van een Corneliuskapel aldaar. Een oorkonde uit 1417 vermeldt dat dit een initiatief
betrof van de stad Delft....in die ere Goids, sinne gebenedider moeder Marien ende des heyligen martelairs Sunte Cornelis'.
De status van de Honselersdijkse Cornelius verering kalfde sedertdien af en verplaatste zich langzamerhand geheel
naar het Delftse Corneliusgilde.
 | De kapel aldaar ging bij de grote stadsbrand van 1536 eveneens volledig verloren,
zij werd niet meer herbouwd en de plek zelf raakte geheel in de vergetelheid. De activiteiten van het gilde
verplaatsten zich sedertdien naar een hen toegewezen kapel in het daartoe omgebouwde toegangsportaal tegen de noordbeuk
van de Oude Kerk van Delft. De oorspronkelijke rekenmeesters van de St. Corneliuskapel buiten Delft werden na 1542
niet meer genoemd. Alle rekeningen staan sindsdien op naam van de Oude Kerk voor de 'Sinte Cornelis capelle met
Sinte Cornelisghilde in de Ouwe Kerck'. In de kapel werd eenmaal per week een mis opgedragen.
Tenslotte maakte de Reformatie een eind aan ook die devotieactiviteiten in de Oude Kerk.
(19) (25) (26) (27) (28) (29) (30) |
De devotie voor St. Cornelius als beschermer van het vee en de veehouders zal op het veelal katholiek
gebleven platteland rond Delft niet al te zeer hebben geleden. In ieder geval ging men in het naburige Schipluiden,
getuige een parochiëel devotieboekje uit 1900, nog altijd ter bedevaart naar St. Cornelius,
toen in het zuiden van ons land. Daarnaast is er in Schipluiden sedert 1922 een L(and) en T(uinbouw) B(ond)
onder bescherming van St. Cornelius opgericht en richtte Den Hoorn op 10 juni 1924 met bisschoppelijke goedkeuring
een Corneliusbroederschap op. Dit laatste is een gevolg van de al genoemde onduidelijkheid uit het verleden omtrent
de exacte plaats waar de Corneliuskapel buiten Delft zou hebben gestaan. Deze vereenzelvigde men, naar later bleek,
met de Hoornse Mariakapel. (Ook noodzaak voor een meer plaatselijke devotie-plek zal toen zeker een rol gespeeld hebben.)
Hoe dan ook, tijdens de bouw van de in 1917 gestichte Hoornse parochiekerk kreeg deze daardoor als patroonheilige
naast Antonius van Padua nog Cornelius toegevoegd. In ieder geval betekende dit vervulling van een ook in Delft
levende wens. In Den Hoorn werd dit later aanleiding tot een heropleving van een vroegere devotie voor deze patroonheilige.
Allereerst was dat dan de genoemde 'Corneliusbroederschap' welke later, in 1990, aan de wieg stond van het
nu zeer actieve 'Gezelschap van Sint Cornelius'.(13) (25) (31)
(32) (33) (34) (35) (36)
Dit Gezelschap zet zich sedert de oprichting in voor een jaarlijkse 'Heiligdomsvaart', een stille wandeling
vanuit de Hoornse kapel naar Delft in de maand September waarin relieken worden meegedragen.
Deze tocht voert via de herinneringen aan het verdwenen Karthuizerklooster aan de Aletta Jacobsstraat
en de plek waar oorspronkelijk de Delftse Corneliuskapel heeft gestaan bij de Waterslootsepoort
(ook wel Maaslandse of St. Jorispoort genaamd) naar Delft. In Delft leidt de tocht vervolgens langs
een aantal historische halteplaatsen met gelegenheid voor een overweging en gebed.
Gedurende deze rondgang worden daar dan - na passage van de Phoenixstraat - onder meer aangedaan de Oud-Katholieke kerk
op het Bagijnhof en de Evangelisch-Lutherse kerk aan het Noordeinde, waar een 15e eeuws houten beeldje
van St. Cornelius in één van de dakspanten nog herinnert aan het priesterkoor van de vroegere St. Joriskapel.
Deze kapel vormde een onderdeel van het omstreeks 1400 gestichte St. Joris-Gasthuis.
Tot halteplaatsen in Delft behoren verder nog de Oude Kerk, St. Hieronymusdael en de St. Hippolytuskapel.
Tijdens het verlaten van die kapel vormt het klingelen van haar klokje nog een herinnering aan de St. Jorisprocessie
van weleer.(16) (17) (18) (29)
(37) (38) (39) (40) (41)
De route vervolgt dan via de Markt, de Beestenmarkt en eindigt tenslotte in de Maria van Jesse Kerk,
waarvan de luidende kerkklokken de pelgrims verwelkomen. De tocht wordt in deze kerk afgesloten met een korte gebedsdienst.
De hier beschreven bedevaart wil, zoals gezegd, weer herinneren aan de vroegere St. Joris-processie welke eeuwen geleden
rond 23 april vanuit De Lier, via Den Hoorn naar Delft trok en terug.
(16) (17) (18) (42) (43)
Overigens beschikt Delft in de parochiekerk aan de Arubastraat (Maria Onbevlekt Ontvangen) ook nog over
een fraai eikenhouten Corneliusbeeld. Dit beeld is oorspronkelijk afkomstig van een kapel aan de Ternatestraat,
welke kapel destijds als dependance fungeerde voor de vroegere, zeer uitgestrekte, r.k. St. Hippolytusparochie.
Door de sterke aanwas van de bevolking werd deze kapel in 1949 tot parochiekerk verheven, die in 1965 werd vervangen
door nieuwbouw aan de Arubastraat. Het bijzonder fraaie Corneliusbeeld werd in 1937 vervaardigd door de
Delftse beeldhouwer Henk Etienne uit een oude eikenhouten balk van het Delftse stadhuis. |  |
Dit gebeurde in opdracht voor de ‘Delftsche Broederschap ter ere van de H. Cornelius’ in die parochie
bij de stichting van de Broederschap aldaar. Het kreeg aanvankelijk een plaats in de kapel van de Ternatestraat,
later in de parochiekerk aan de Arubastraat, waar het sinds 1999 op het priesterkoor stond. Dit Corneliuspunt is
tot heden niet opgenomen geweest in de genoemde St. Cornelius Heiligdomsvaart naar Delft.
Hier is het van belang te weten dat in 2008 werd besloten deze r.k. parochiekerk aan de eredienst te onttrekken:
genoemd St. Corneliusbeeld zou dus een nieuw en passend tehuis moeten worden bezorgd! Om die reden
is het op 1 december 2008 overgebracht naar de Maria van Jessekerk.
Daar staat het thans vanuit het middenschip gezien rechts vooraan.(44) (45)
(46) (47) (48) (49) (50)
O. Spinnewijn Schipluiden, 5 juli 2008
(laatste versie 7 april 2009 )
|
De toelichtende noten:
| In ’Historisch Tijdschrift Holland’, jaargang 25 nr.3-5 (September 1993: ‘Geloof in Holland’)
behandelt P.J. Margry onder de titel ’Pocessie versus stille omgang’ ( zie pag. 174-196 )
het probleem van de openbare godsdienstoefening buiten gebouwen en besloten plaatsen
in Holland (‘is er sprake van een feestelijke vernieuwing in Nederland?’). |
| ‘Samen op weg…pelgrimstochten en bedevaarten (wat zit er in de lucht, dat dit in ons
geseculariseerde en geïndividualiseerde land plaatsvindt?)’, Bisdom Rotterdam, zie tekst
in bisdomblad Tussenbeide van maart 2000, pag.11. |
| ‘Op bedevaart: een gebed zonder end’, geschreven door Martine ter Horst
in ?Metro?, ?De Pers? of ?Dag? van ?2 juni?2000?, pag.12-13. |
| ‘Feest in de stad (ook feestelijke gebeurtenissen kunnen een aardig beeld van een samenleving geven)’,
van Cees Vanwesenbeeck in Delf (Cultuurhistorisch Bulletin Delft, waarin
o.a. Historische Vereniging Delfia Batavorum participeert), publikatie 3e kwartaal 2006. |
| ’De Oude Kerk te Delft gedurende de Middeleeuwen’, Dr. D.P. Oosterbaan, 1973;
zie pag. 18 en 21 (noten 59 en 62) m.b.t. Maria van Jesse. |
| ‘Devotie en Negotie; Delft als bedevaartplaats in de late Middeleeuwen’,
Dr. G. Verhoeven, 1992; zie pag.39-42 m.b.t. Maria van Jesse; zie ook de samenvatting. |
| ’400 Jaar kerken in De Papenhoek’, Ab Warffemius, 2005; zie pag. 63-64
vanwege info m.b.t. Maria van Jesse. |
| ’Maria van Jesse, Historische Schets van Delffs Ommeganck’, A. van Peer, 1944/1954;
vanwege info m.b.t. Maria van Jesse. |
| ‘Maria van Jesse / Het als Maria van Jesse vereerde Mariabeeld te Delft’, Z.E.H. Pastoor
J.C.M. van Winkel / H.L.M. Defoer, 1992; vanwege info m.b.t. Maria van Jesse. |
(10) & (20) | ‘Maria’s Heerlijkheid in Nederland (J.A.F. Kronenburg Cssr, 1906) vertelt in deel IV vanaf
pag. 154 uitgebreid over de Middeleeuwse bedevaartplaats ’s-Gravenzande. En in het 4-delig standaardwerk ‘Bedevaartplaatsen in Nederland’ (in Noord- en Midden-Nederland,
Noord-Brabant en Limburg) van P.J.Margry (e.a.) worden naast ’s-Gravenzande (deel 1,
pag. 378 e.v.) ook bedevaartplaatsen als Honselersdijk (deel 1, pag. 469), De Lier (deel 1,
pag. 261), Delft (deel 1, pag. 270 e.v.) en nog zeer veel andere diepgaand besproken. |
| In de Nieuwe Delftsche Courant van zaterdag 3 april 1937 is te lezen, dat:
"Het is altijd kermisse in de kapelle op Dyckhoerne Sonnendachs nae oude kerrix kermisse
bynnen Delft. Dat is de anderde Sonnen dach na onse Lieve Vrouwen geboerte in
September, want d'eerste Sonnendach ist kermis in de oude kercke tot Delft".
(deze informatie is afkomstig uit een oud aantekeningenboekje [1559]) |
| Aangaande de schrijfwijze ‘’Onser Lievervrouwen…’:
zie daartoe o.a. ook dagblad “Toekomst” d.d. 9-IX-1949, pag. 2. |
| ’De Oude Kerk te Delft gedurende de Middeleeuwen’, Dr. D.P. Oosterbaan, 1973, noemt de
Kapel op Den Hoorn: zie pag. 302-303. In ‘’Beschryving der Stadt DELFT’’ (Reinier Boitet,
Delft, 1729) wordt door deze historicus Boitet de verbrande kapel aan de Buitenwatersloot
(de Delftse St. Corneliskapel) abusievelijk aangezien voor die op Den Hoorn ( pag. 338-340 ). |
| ‘De Mariakapel op Den Hoorn’, J.Ham, 1981: geschreven in 17 afleveringen bij het parochieblad ‘Samen Onderweg’
van r.k. Den Hoorn; historische verhandeling; ook in brochurevorm. |
(15) & (51) | ‘Feestelijke opening van de kapel MARIA IN DE SONNE’, 1 mei 1983 (programma + uitnodiging,
alsmede een kort referaat over “De middeleeuwse Mariakapel op Den Hoorn” [J.Ham]). |
| ’Van de Oude Gemeente De Lier’, Edward van Bergen, 1931: zie pag. 24-25 m.b.t. St. Joris
en de St. Jorisprocessie; ook A. Driessen heeft hierover geschreven (1881/1903). |
| ‘Uit het Liers Verleden (De Lier in de loop der eeuwen)’, Werkgroep Oud-De Lier, 1978:
zie pag. 6-10 (A.P.M. v.d. Sande) m.b.t. St. Joris(processie). |
| ‘OMZIEN…De Lier 750 jaar (1245-1995)’, Stichting De Lier 750 jaar, 1996:
zie pag. 42-43, 51-53 m.b.t. St. Joris(processie). |
| ’Goud-op-Snee’ (parochieblad van r.k. Honselersdijk) publiceerde in 1957 (tijdens haar
50-jarig jubileumfeest) historische informatie over Het eerste Godshuis in ons Kerkdorp
met daarin tevens aandacht voor de St. Corneliuskapel en –devotie aldaar; in die tekst
van Pater M. Reinders ofm wordt ook aandacht gegeven aan Honselersdijk als bedevaartplaats
(ook de eventuele relatie met de opkomst van St. Corneliusdevotie in Delft komt
daarin aan de orde) met als referentie hetgeen A. Driessen hierover in 1900 schreef in
’’Bijdragen voor de geschiedenis van het Bisdom Haarlem (XXV)’’. |
(20) & (10) | ‘Informatiebulletin van de Stichting Westlands Centrum voor Streekhistorie’, juni 1990,
& beschrijft in het kader van een beknopt overzicht van de geschiedenis van het Westland
o.a. enkele feiten m.b.t. Honselersdijk ( pag. 26-27 ) en ’s-Gravenzande ( pag. 22-23 ). |
| ‘De kerk van Honselersdijk vóór de Reformatie’, paragraaf 7 van de jubileumbrochure
Honselersdijk in de loop der eeuwen (1977/1978 uitgegeven door r.k. parochie O.L.Vrouw
van Goede Raad te Honselerdijk) geeft een geschiedkundige verhandeling, met de
sinte Corneliscappel tot Honcelaersdijck (de cappelrye op Honshol of Honsholredijck)
als één der 2 beschreven kapellen. De lokatie van die kapel is nog niet vastgesteld, zo
valt op te maken uit een bericht in de Westlandse Courant d.d. 20 maart 1985, pag. 5. |
| ‘Prisma Woordenboek van voornamen’ (J. van der Schaar, 1998/2002) en ‘Je naam,
je dag, je heilige. Naam-, feest- en heiligenkalender’ (Dries van den Akker SJ, 2007)
bieden als naslagwerken mogelijkheid om betekenis van voornamen te achterhalen.
Dat geldt o.a. zeker ook voor ‘De Heiligen. Levens, kalenders, attributen, patronaten,
Iconografie’ van Stijn van der Linden†, 2002. * Cornelius * hoorndrager |
| ‘De geestesgestoorde in de Middeleeuwen, beeld en bemoeienis’ ( dr H.H. Beek, 1969,
met inleidend woord van prof dr T. Bastiaans ) en ‘De heiligenverering bij vallende ziekte’
( dr C. Troch, 1975 ) noemen en behandelen o.a. St. Cornelius als beschermheilige. |
| ’Räume und Schichten Mittelalterlicher Heiligenverehrung in Ihrer Bedeutung für die
Volkskunde’, dr M. Zender 1959/1973 wijdt een apart deel aan St. Cornelius, zie o.a.
pag. 144-175; temidden van de zeer vele lokaties wordt ook Honselersdijk genoemd. |
| ’De Oude Kerk te Delft gedurende de Middeleeuwen’, Dr. D.P. Oosterbaan, 1973; noemt
de St. Corneliskapel: zie pag. 301-303; in ‘’Beschryving der Stadt DELFT’’ (Reinier Boitet,
Delft, 1729) wordt door historicus Boitet de verbrande St. Corneliuskapel aan de Buitenwatersloot
abusievelijk aangezien voor de Mariakapel op Den Hoorn ( pag. 338-340 ). |
| ’De St. Corneliskapel en de Kapel op Den Hoorn’ beschrijft als krantenartikel in de Delftsche
Courant van 23 februari 1963 o.a. het door elkaar husselen van de historie der beide kapellen;
ondermeer wordt daarbij verwezen naar (verwarrende) publiciteit in 1917 door J.J. de Graaf. |
| ’De Stad Delft, cultuur en maatschappij tot 1572’, de 2-delige uitgave van het Stedelijk
Museum Het Prinsenhof (1979), vermeldt op pag. 36 de vermoedelijke herhuisvesting
van de - tijdens de grote stadsbrand in 1536 verloren gegane - Delftse St. Corneliskapel
in het overwelfd noordelijk toegangsportaal van de Oude Kerk ( afb. 22 ). |
| De stichtingsoorkonde van de Delftse St. Corneliskapel blijkt - wonderwel gespaard -
zich te bevinden in het trésor van het Archief van Delft aan de Oude Delft. Teksten van
deze oorkonde en van die van de St. Anthoniskapel (Delfshaven), beide uit 1416, zijn
beschikbaar (info o.a. bij het Gezelschap van Sint Cornelius te Den Hoorn z-h). |
| ‘Het eerste kohier van de tiende penning van Delft (1543)’, door dr G. Verhoeven onder
auspiciën van de Historische Vereniging Holland in 1999 uitgegeven, vermeldt bij het
16e 16-deel op pag. 412 (Buyten die Watersloet) aan de noordzijde onder de registratienummers
2366-2368 verrassenderwijs ’in Sint(e) Cornelis cappel(le)’. Kadaster- en
eigendomsonderzoek (t/m heden) dienen aanvullende bevestiging hiervan te geven. |
| `De St. Corneliskapel op de Buitenwatersloot (De eerste hagepreeken te Delft)’ beschrijft
als krantenartikel in de Nieuwe Delftsche Courant van 3-IV-1937 geschiedenis en lotgevallen
van de Delftse St. Corneliskapel en het betreffende terrein. In ’De Stad Delft, cultuur en
maatschappij tot 1572’ (27) wordt bij paragraaf VI.2 ‘Opkomst van het protestantisme’
op pag.108 o.a. ‘de capelle van Sinte Cornelis’ genoemd i.v.m. het opleggen van
preekverbod aan met name genoemde voorgangers (9 september 1525?). |
| ‘Bedevaartplaatsen in Nederland’, 4-delig standaardwerk; beschrijft bedevaartplaatsen in
Noord- en Midden-Nederland, Noord-Brabant en Limburg. Zo vindt men in dit vademecum
bijvoorbeeld bericht over enthousiast zelatricewerk in de Delftse regio (begin 20e eeuw o.l.v.
mevrouw Cato Brouwer) voor de Borgharense Broederschap van de H. Cornelius: binnen
12½ jaar wist men voor die Corneliusbedevaartplaats bij Maastricht 4000 leden te winnen!
Vanuit die hoek was er dan ook verzet tegen plannen van Z.E.H. J.C. Vasse, pastoor van
Den Hoorn (z-h) om een Corneliusheiligdom te stichten ( zie deel 1, pag. 16 en 127 ).
Zowel een Broederschap als een devotieplek zijn er in Den Hoorn toch gekomen. Tijdens
bombardement in de meidagen van 1940 ging het heiligdom verloren. Het is niet hersteld. |
| ’De Haardergaank, een eeuwenoude traditie in Borgharen’ vertelt als krantenartikel in
Katholiek Nieuwsblad d.d. 25-IX-1998 over het feestelijk hoogtepunt van het Corneliusoktaaf,
dat traditioneel ieder jaar gevierd wordt in het bedevaartplaatsje Borgharen aan de Maas.
Jaarlijks verspreidt de plaatselijke Broederschap van H. Cornelius wijd en zijd het programma. |
| Oprichting van LTB Schipluiden onder bescherming van St. Cornelius in 1922. |
| Stichting r.k. parochie H.H. Antonius & Cornelius te Den Hoorn (z-h) op 30 maart 1917. |
| Oprichting van Broederschap van Sint Cornelius te Den Hoorn (z-h) d.d. 10 juni 1924.
[ t.b.v. deze noten 33, 34 en 35: zie de betreffende (parochiële) ‘start’documenten ] |
| ’Sint Cornelius: Beminnelijk Romein, Uniek in de Randstad’ ( O. Spinnewijn, 2003 )
is een uitgebreide verhandeling, waarin resultaat van veel bronnenonderzoek over het leven,
enkele belangrijke lotgevallen van en latere verering voor St.Cornelius zijn gebundeld.
Deze paperback is rechtstreeks te bestellen bij het Gezelschap van Sint Cornelius, p/a:
Parochiesecretariaat Sint Antonius en Sint Cornelius, Hoornseweg 11a, 2635 CM Den Hoorn. |
| ‘Heiligdomsvaart Den Hoorn: Oude traditie verbindt Delftse kerken’
is een gezamenlijke bekendmaking van Bisdom Rotterdam en Gezelschap van Sint Cornelius voor Heiligdomsvaart 2007
in Tussenbeide nr 4 (pag.10) van dat jaar. De route krijgt vanaf dat moment in Delft een extra stop,
en wel in de Sint Joriskapel (Evangelisch Lutherse Gemeente) aan het Noordeinde.
De wens voor zo’n bezoek bestond al sinds lange tijd. Tijdens Open Monumentendag in 1988
op 17 september kon daar namelijk o.a. een gespaard gebleven, Middeleeuws beeldje van de
H. Cornelius worden bezichtigd. Dit deed - in combinatie met studie van Z.E.H. C.P. van Dam†
over Sint Cornelius en daarin gesteund door toenmalig Rotterdams bisschop Mgr. R. Ph. Bär -
advies ontstaan aan het bestuur van de r.k parochie Den Hoorn (z-h) om de bedevaart in 1990
(750 jaar Oude Kerk) als aangepaste versie van de Middeleeuwse St. Jorisprocessie te starten. |
| In het themanummer ‘Feest’ van bulletin Delf (4), uitgave 3e kwartaal 2006, is (geredigeerd door
dhr. Epko Bult) beschrijving van de Heiligdomsvaart in Delft opgenomen. Van de routekaarten
voor deze Heiligdomsvaart bestaan 2 versies. Beide zijn gebaseerd op een plattegrond van de
stad Delft en omgeving door Jacob van Deventer (±1550), welke zich bevindt te Madrid in de
Bibliotheca Naçional (foto J.J. Raue). Digitale presentatie van dit alles is gerealiseerd door de
dames Eveline van der Steen en Mariëlle van Marrewijk; een overzicht van de doorkomsttijden
onderweg van Den Hoorn naar Delft vormt een bijlage. Ook is figuratief materiaal voorhanden. |
| ’De Stad Delft, cultuur en maatschappij tot 1572’ (27) behandelt bij paragraaf 6 (van de hand
van dhr. H.H. Vos) het Kartuizerklooster ’St. Bartholomeus in Jeruzalem’ ( pag. 59 ), één van
de laatst gebouwde kloosters van deze strenge kloosterorde in de Noordelijke Nederlanden.
De Historische Vereniging Delfia Batavorum gaf eerder al (1975) een bundel studiën uit over
‘De Kartuizers en hun Delftse klooster’. Het Gezelschap van St. Cornelius beschikt intussen
sinds 2001 (900e sterfjaar van H. Bruno, stichter van de Orde der Kartuizers) over een eigen
pamflet. De Heiligdomsvaart staat jaarlijks stil bij het monumentje aan de Aletta Jacobsstraat:
er wordt o.a. Justus van Schoonhoven (in zekere zin de 20e martelaar van Gorcum) herdacht. |
| Een pamflet van de Stichting r.k. Begraafplaatsen Pax te ’s-Gravenhage geeft informatie
over de voorstelling van de Phoenix. Zo wordt hierin o.a. verteld, dat deze mythische vogel
in de christelijke wereld symbool is van de verrijzenis. De wandeling langs de binnenstad
via de Phoenixstraat doet herinneren aan de uitsluiting van de rooms-katholieken tijdens de
±17e tot 19e eeuw, de tijd van o.a. plakkaten en recognitie (overigens wordt om zo’n reden
de jaarlijkse Stille Omgang Amsterdam zwijgend gegaan [zie “De verering van het H. Mirakel
van Amsterdam”, H.W.A. Joosten, Heiloo 1955, o.a. blz.18]). Op weg naar de Oude Delft via
het Bagijnhof wordt het reliëf “St. Johannes op Patmos” gepasseerd: oh, hoe symbolisch ! |
| ‘Archeologische vondst van grote omvang’ heet het in de Delftse Post van 19 maart 1999:
hierbij handelt het om (resten van) het St. Hieronymusklooster, waarvan de bouw in 1403
is begonnen en dat tot in de 17e eeuw heeft bestaan. Genoemde resten zijn in 1999 korte
tijd vóór de verwijdering ervan zichtbaar geweest. Het kloosterterrein had gezien vanaf de
Oude Delft twee toegangspoortjes: een noordelijke en een zuidelijke. Boven het noordelijke
(halve) poortje bevindt zich thans een gevelsteen ter herinnering. Onderweg naar de kapel
van St. Hippolytus houdt de Heiligdomsvaart steeds even bij die steen stil. Er is een brochure
‘De gevelsteen die op twee schilderijen van Pieter de Hoogh staat afgebeeld’ ( van Prof. Ir.
A.J.H. Haak en Ir. W. Annema [1996] ); deze stelt en beantwoordt op bladzijde 7 de vraag:
‘Waarom deze steen?’. ’De Stad Delft, cultuur en maatschappij tot 1572’ (27) behandelt onder
par. 5 (‘De verdwenen kloosters uit de Delftse binnenstad’) op blz. 58 het Hieronymusklooster. |
| In de noord-westelijke hoek van de Beestenmarkt bevond zich tot 1595 een kapel. Deze kapel,
ingewijd in 1469, maakte deel uit van het Minderbroederkloostercomplex, het zgn. Broershuis,
dat zich in die omgeving vanaf 1449 bevond. Dit franciskaans klooster werd in 1572 opgeheven.
Als afsluiting van herinrichtingswerken (1993) voor de Beestenmarkt is o.a. een herinneringspaneel geplaatst.
Daar houdt jaarlijks de Heiligdomsvaart stil. Aan de noordzijde van het huidige
plein bevindt zich op nr.16 een uithangbord met St. Joris. |
| ’Historisch Tijdschrift Holland’, jrg. 25 nr. 3-5 (1) vermeldt in `Pocessie versus stille omgang’ op
pag. 193 in het kader van het onderwerp ‘Revitalisering van oude tradities‘ de Heiligdomsvaart
uit Den Hoorn. Het pelgrimsboekje voor die tocht is op aanvraag bij het Gezelschap verkrijgbaar |
|
Te Delft arriveren in 1932 en 1937 resp. uit Brugge en Rome relieken van St. Cornelius voor de
r.k. parochie O.L. Vrouw Onbevlekt Ontvangen aan de Ternatestraat. Deze aankomst bevestigt
oprichting (26 april 1937) van de ‘Delftsche Broederschap ter ere van de H. Cornelius’, patroon
tegen stuipen, zenuwkwalen en vallende ziekte. Een en ander ging gepaard met plaatsing van
een beeld van deze heilige paus en martelaar in het kerkje aan de Ternatestraat. Hier kreeg het
een eigen, zij het bescheiden altaar. Overplaatsingen in Delft van dit beeld volgden resp. in
1966 (naar de doopkapel in de nieuwe kerk aan de Arubastraat [bij herinrichting in 1999 is het
naar voren gehaald]) en op 1 december 2008 (naar de Maria van Jessekerk aan de Burgwal
door de heren L. Schuurmans en E. van den Engel ). Over lotgevallen van de Broederschap
werd o.a. bericht door ‘De Toekomst’ (Katholiek Dagblad voor Delft e.o.) in 1949 op 9 en 14
september, alsmede op 21 november (vanwege viering van het 12½-jarig bestaan ervan). |
| ‘Kerk van de Parochie van Maria Onbevlekt Ontvangen te Delft’, 1966 (Bouwbureau)
m.b.t. St.Cornelius: zie pag.14. |
(46) | ’1934-1984…Kleine Historie ener Parochie (Kroniek van 50 jaar Parochieleven in Delft-Noord)’,
W.Th.M. van der Velden, 1984; m.b.t. St.Cornelius: zie pag.44-45. |
| ‘Jubileum-editie van het Kontaktblad van de Parochie Onze Lieve Vrouw Onbevlekt Ontvangen
te Delft, 1999 (diverse schrijvers); m.b.t. St.Cornelius: zie pag.12. |
(48) | ‘Corneliusbeeld in de Maria van Jessekerk’, zie Bij-1, jaargang 7, nr. 10, pag. 19
[informatieblad van de Delftse r.k. parochie Sint Hippolytus (dec.2008/jan.2009)] |
| Middels een bisschoppelijk decreet van de bisschop van Rotterdam vormt Delft vanaf
1 maart 2009 één (r.k. stads)parochie met als parochienaam H. Ursula (zie Stadkatern d.d.
maart 2009 van het r.k. Stadspastoraat Delft); de Maria van Jessekerk is daarbij aangewezen
als parochiekerk. Binnen Delft zal overigens voor de jaarlijkse Heiligdomsvaart uit Den Hoorn
de Oud-katholieke parochiekerk H.H. Maria en Ursula (Bagijnhof) de eerste, gezamenlijke
gebedslokatie blijven. Alvorens deze kerk te betreden wordt stil gehouden bij het gedenkteken
voor de priesterdichter en Delftse pastoor Joannes Stalpart van der Wiele ( 1579-1630 ). |
| Op de terugweg naar Den Hoorn maken lokaties als vml. Oude Gasthuiskapel en kapel van
Ste. Barbara deel uit van de Heiligomsvaartroute. Het Gezelschap heeft verzocht om een
gedenksteen te plaatsen, mocht er nieuwbouw komen op de plaats van de verdwenen kapel van het Oude Gasthuis. |
| Een Delfts missaaltje uit de 15e/16e eeuw, dat zich bevindt in Rijksmuseum ‘Catharijneconvent’
te Utrecht (cat nr ABM h50) bevat een gebed om voorspraak van ‘Maria in de Sonne’. (ad 15) |
Gezelschap van Sint Cornelius
p/a: parochiesecretariaat van de r.k. parochie H.H. Antonius en Cornelius
Hoornseweg 11a
2635 CM DEN HOORN
1 maart 2009 ( laatste versie 7 april 2009 ) |